Tempels & Graven

Luxor: westoever

Thebaanse necropool

Graftempels

terug

De Necropool van Thebe:

Graf- of Dodentempels

In de graftempel, het "Huis voor miljoenen jaren", werd de KA van de Farao vereerd. De KA onstond bij de geboorte en bleef ook na de dood verbonden met het lichaam. Omdat het leven na de dood belangrijk was moest de Ka in leven worden gehouden. In de dodentempel brachten priesters dagelijks offers (drank en voedsel) aan de Ka (de ziel) van de overleden Koning.
Tijdens het Oude Rijk (ca 2686-2181 v.Chr) werden de dodentempels meestal tegen de oostkant van de piramide van de koning gebouwd. Toen de koningen op de westoever van Thebe werden begraven verrezen de dodentempels aan de rand van de woestijn, vlak achter de bewoonde wereld en van de koningsgraven gescheiden door een keten van steile rotsen. Met de bouw van zowel het graf als de dodentempel van de koning werd direct na diens kroning begonnen.
Van veel dodentempels (bijv. die van Merenptah, Thoetmosis III en IV, Ramses IV) is nagenoeg niets meer over, men gebruikte ze als bouwmateriaal voor latere dodentempels.

Kolossen van Memnon
De eerste restanten van een dodentempel die je op de westoever ziet zijn de Kolossen van Memnon. Deze twee imposante figuren van 18 mt hoog zijn niet Memnon zoals de Grieken dachten maar beelden van Amenhotep III (18e dynastie, ca. 1390-1352 v Chr) die voor de eerste pyloon van zijn enorme dodentempel (lengte: 700 mt) stonden. Koning Amenhotep zit op een troon waarvan de zijkanten zijn versierd met het symbool van het verenigde Egypte: twee afbeeldingen van Hapy, god van de Nijl-overstroming, verbinden de lotus van Boven-Egypte met de papyrus van Beneden-Egypte. Op één beeld zie je twee kleine beelden van Amenhotep's moeder en van zijn vrouw, Tiye.
Van de tempel is niets over en de twee Kolossen zijn zwaar beschadigd.

Ramesseum
De graftempel van Ramses II (ca. 1279-1213 v.Chr. - 19e dynastie) was behalve aan hem ook gewijd aan de oppergod Amon. Het is nu een indrukwekkende ruïne. Van het eerste hof resteert niets en verspreid op de grond liggen grote brokstukken van een enorm beeld van Ramses II.
Je komt binnen in het tweede hof waar 4 Osirische zuilen staan, daarvoor ligt een zwartgranieten hoofd dat ooit bij één van de twee Ramses-beelden hoorde die hier stonden.
Hier en daar zijn de tempel en de reliëfs nog in goede staat: natuurlijk de militaire successen van Ramses II (Slag bij Kadesh) maar hij wordt ook afgebeeld als een vroom man. Zo is op de zuidelijke achterwand van de zuilenzaal een groot reliëf te zien waarop Ramses II het godenpaar Amon en Moet tegemoet reedt; hij ontvangt van Amon de kromzwaard en de kwast als teken van zijn macht.
Op het terrein van het Ramesseum zijn verder restanten van werkplaatsen, stallen, woningen van tempeldienaars en, het meest in het oog springend, gewelfde voorraadkamers (magazijnen).

Medinet Habu (Stad van Habu)
De best bewaarde graftempel van Thebe, met meer dan 7000 m2 aan decoraties, is de graftempel van Ramses III: Medinet Habu. Al sinds de tijd van Ramses III fungeerde de tempel ook als bestuurscentrum voor West-Thebe en, dankzij de hoge ommuring, als toevluchtsoord in onzekere tijden (de bewoners van Deir el-Medina verhuisden naar Medinet Habu aan het eind van de 20ste dynastie toen er voortdurend een invasie uit Libië in de lucht hing).
De tempel lijkt op het Ramesseum, ook wat betreft de krijgshaftige decoraties, en bestaat uit twee pylonen, 2 binnenplaatsen (hof) en een zuilenzaal waarop zijkamers, kapellen, uitkomen, gewijd aan de dodencultus van de koningen. Van de zuilen resteren slechts stompjes.
Op de eerste pyloon is Ramses III te zien die zijn vijanden verslaat: links offert hij hen aan Amon-Re en rechts aan Re-Horachty. Op de binnenmuren hiervan afbeeldingen van krijgstrofeëen zoals afgehakte handen. Op delen van muurreliëfs en zuilen zijn de originele kleuren te zien (blauw, geel en rood). Binnen de muren van het grote complex verder nog ruïnes van stallen, schuren en huizen. Heel apart is de ingang in de vorm van een fort, een migdol.

Deir el-Bahari
Mentuhotep II (11e dynastie, 2055-2005 v Chr), de koning die Egypte aan het begin van het Middenrijk herenigde, bouwde in een rotsinham in Deir el-Bahari een graftempel die uit verschillende etages bestond, deels vrijstaand, deels in de rotsen uitgehakt.
Zo'n 500 jaar later laat Hatsjepsoet, de vrouwelijke Farao mét de valse baard (18e dynastie) hier ook haar graftempel bouwen. Architect Sennenmoet, "Grootvizier der Werken", is duidelijk geïnsprieerd door Mentuhotep's tempel maar maakt die van Hatsjepsoet veel groter. De drie terrassen, waartussen 10 meter hoogteverschil, zijn met elkaar verbonden door een schuin oplopende helling in het midden van elk terras. Aan weerskanten zijn zuilengalerijen. De tempel is gewijd aan Amon maar heeft ook een kapel van Hathor en een kleinere kapel van Anubis. Veel reliëfs en beelden zijn beschadigd door Thoetmosis III (waarvan Hatsjepsoet regentes was voordat zij zichzelf tot Farao uitriep) en Amenhotep IV (= Achnaton). Op de reliëfs staan boten waarmee Hatsjepsoet's obelisken van Aswan naar Karnak worden gebracht en taferelen van de expeditie naar het land Poent. De oorspronkelijke naam van de tempel is Djer Djeseroe oftewel Pracht der Prachten.
In 1962 ontdekten Poolse archeologen tussen de tempels van Mentuhotep en Hatsjepsoet de restanten van de graftempel van Thoetmosis III.

De Dodentempel van Seti I
Ten westen van Qurna ligt de dodentempel van Seti I (19e dynastie, ca 1294-1279 v.Chr.).
Seti I, de vader van Ramses II, wijdde de tempel aan Amon-Re en aan zijn vader, Ramses I die te kort regeerde om voor zichzelf een dodentempel te laten bouwen. Seti I liet in zijn tempel een kapel voor Ramses I bouwen. Na de dood van Seti I maakte zoon Ramses II de tempel af.
Omdat een deel van de tempel met kwetsbare tichelsteen werd gebouwd is alleen het gedeelte van zandsteen bewaard gebleven. Vele eeuwen later bouwden bewoners van Qurna huizen op het tempelterrein waarbij materialen van de tempel gebruikt werden. De pylonen zijn weg en van het koninklijk paleis zijn slechts wat brokstukken over. De oorspronkelijke hoofdingang is nu geblokkeerd door puin en dorp dat er tegenaan is gebouwd, je betreedt de tempel vanaf de zijkant. Wat resteert is de brede, imposante ommuring en de hoofdtempel. Het allerheiligste, de zalen (met zuilen) en voorvertrekken daarvan zijn in goede staat evenals vele bas-reliëfs.
Naast de tempel liggen opslagplaatsen voor ondermeer graan.
Van 1970 tot 1999 hebben Duitse archeologen de tempel gerestaureerd.
Bezoek: de tempel wordt (te) weinig bezocht, de bewaker die wij treffen ontpopt zich als een goede gids en een echt aardige man.

terug   |   Vervolg: Foto's